Paleis het Loo, Apeldoorn
Paleis het Loo, Apeldoorn

Opinie

Landelijke interieurwacht. Een publieke zaak?

Gusta Reichwein

16-12-2010

Al meer dan 35 jaar kennen we in Nederland de Monumentenwacht die op een praktische manier bijdraagt aan het behoud van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen door middel van periodieke inspecties en planmatig onderhoud. Onze zuiderburen hebben sinds 1992 de Monumentenwacht ingevoerd en vanaf 1997 zijn daar tien Interieurwachters bij gekomen. Koenraad van Balen, die de UNESCO leerstoel preventieve conservering bekleedt, meldde dat het buitenland in de lage landen ‘de mosterd haalt’ als het gaat om het voorkomen en monitoren van de zorg voor exterieur en interieur van monumentale panden.

Het is natuurlijk mooi dat we zo’n lichtend voorbeeld zijn, maar ondertussen weten wij - de veldwerkers - heel goed dat de situatie in Nederland nog veel te wensen over laat. Dit bleek ook uit de praktijkvoorbeelden die door de verschillende sprekers werden gegeven. Esther Agricola, directeur Bureau Monumenten & Archeologie Amsterdam (BMA), brak onder het motto ‘Het erfgoed achter de voordeur’ een lans voor een lange termijn conserveringsbeleid voor de vroeg 20ste-eeuwse roerende collecties in Amsterdamse monumenten, zoals de Beurs van Berlage, het Scheepvaarthuis en het gebouw van De Bazel in de Vijzelstraat. Deze monumenten van wereldformaat zijn in de afgelopen decennia in andere handen overgegaan zonder dat er duidelijke afspraken zijn gemaakt over beheer en behoud van de meubels en andere onderdelen van de inrichting, die staan geregistreerd als gemeentelijk kunstbezit bij het Amsterdams Historisch Museum (AHM). Dit veroorzaakt veel geharrewar over wie waarvoor verantwoordelijk is en het gaat natuurlijk vooral over wie de kosten voor zijn rekening neemt. Tijdrovende en frustrerende processen die niet bijdragen aan het beheer en behoud van de betreffende ensembles. Agricola besloot haar betoog met een hartgrondig JA op de vraag of er behoefte is aan een Interieurwacht en ze voegde daar aan toe dat het volstrekt legitiem is als Amsterdam zijn eigen Interieurwacht krijgt. Dat zal niet vanzelf gebeuren dus laten wij, BMA en AHM, de handen ineen slaan en samen met de beheerders van de roerende collecties een plan opstellen en dat voorleggen aan het gemeentebestuur.

De elf sprekers en alle deelnemers van het symposium waren het erover eens: het is een goede zaak als het voorbeeld gevolgd wordt van Noord-Brabant en Limburg waar een succesvolle start is gemaakt met de Interieurwacht. In de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (2009) staat dat de Rijksoverheid wil bezien hoe er een verbreding kan worden gegeven aan de provinciale initiatieven om te werken met een Interieurwacht. In het symposium is duidelijk gemaakt hoe deze woorden in daden omgezet kunnen worden dus: JA, de interieurwacht is een publieke zaak en wat mij betreft gaan we morgen aan de slag in de hoofdstad, want het is niet in de laatste plaats een Amsterdamse zaak!

 

Gusta Reichwein  Hoofd Collectie Amsterdams Historisch Museum