

01-10-2008
Ondanks de toenemende aandacht en zorg voor historische interieurs is hun behoud en bescherming in veel gevallen op zijn minst problematisch en zeker niet gewaarborgd.
Onlangs ontstond er een voor historische interieurs ongekende mediahype rond het interieur van de Viottastraat 36 in Amsterdam: het bericht over de ontdekking en bedreiging ervan haalde zelfs het NOS-journaal. Het bewuste interieur werd in 2007 tijdens een inventarisatietraject ontdekt. Het vormt een zeer fraaie, complete en intacte illustratie van de Amsterdamse Schoolstijl. In museumtermen kan men van een heuse stijlkamer spreken. Het interieur vertegenwoordigt echter niet alleen een kunsthistorische waarde. In 1923 nam het Joodse gezin Korijn zijn intrek in de woning. Zij richtten een deel van het in 1919 gebouwde huis nieuw in, met als resultaat het interieur zoals dat nu nog bestaat. Het gezin overleefde de oorlog niet; de echtgenote en de drie dochters kwamen om in concentratiekampen. Zo vormt het interieur de authentieke context en leefomgeving van een Joods gezin dat ten gevolge van de Holocaust ten onder is gegaan en vertelt op een beleefbare en tastbare wijze de geschiedenis van tienduizenden andere uit elkaar gerukte Joodse gezinnen. Met name dit Joodse aspect van de woning leidde tot de genoemde media aandacht, en daarmee tot een breder draagvlak voor behoud van dit interieur. Al deze publiciteit is uiteraard zeer nuttig voor de zaak van het historische interieur in het algemeen. Daarnaast vormt het geval van de Viottastraat een leerzame ervaring voor toekomstig behoud; de strategie van het beroeren van de juiste snaren en het belichten van de bijzondere belevingsaspecten en betekenissen van een interieur blijkt zeer effectief te zijn.
Alexander Westra, docent erfgoedstudies UvA / erfgoedadviseur / www.erfgoedpraktijk.nl