Kasteel Amstenrade, Amstenrade
Kasteel Amstenrade, Amstenrade

Opinie

Het belang van monumentale kunst

SHNI Nieuwsbrief 1 - april 2002 - Opinie

01-04-2002

Heeft u genoten van het Jaar van het Interieur en de daarbij horende tentoonstellingen? Heeft u zich gerealiseerd dat u eigenlijk alleen 'wonen' heeft gezien, en niet 'werken', 'leren', 'zich vermaken' of wat er nog meer te verzinnen is dan 'wonen'? Toch heeft ook dat architectuur opgeleverd met een 'interieure' kant. Viel het u verder op dat er zo weinig van 'na 1950' te zien was? Mij wel en ik denk ook te weten hoe dat komt. De periode na 1950 is 'monumentenzorgsgewijs' nog te jong met als gevolg dat de organisatoren van het Interieurjaar er te weinig inzicht in hadden.

Zelf denk ik dat een georganiseerd rondje naoorlogse schouw-burgen, ziekenhuizen, scholen, postkantoren, kerken of bedrijfskantines, naast al het woongeweld, heel verhelderend was geweest. Niet alleen omdat het verduidelijkt had hoe andere functies dan wonen hun 'interieure' vorm en decoratie kregen, maar ook omdat het zo duidelijk had kunnen maken hoe vraatzuchtig 'geschiedenis' is als zij de kans krijgt 'vergetelheid' te worden. Waar het hier om gaat zijn de in Nederland zo opvallende blijken van welzijn en zorg met behulp van beeldende kunst: de 'monumentale kunst' dus - het collectieve artistieke beeld van de wederopbouwjaren. Die hele ontwikkeling is na 1970 steeds meer weggezakt. En nu, in deze tijden van privatisering, afstoting, fusie en afbraak weet niemand meer waar hij de voorbeelden moet zoeken.

Eén voorbeeld uit de honderden? De bekende 'muurkunstenaar' Nicolaas Wijnberg (1918) voerde tussen 1939 en 1975 vijfendertig grote opdrachten uit in scholen, bioscopen, bedrijfs- en overheidsgebouwen. Daarvan zijn er nu welgeteld nog dertien over, soms nog gedeeltelijk zichtbaar onder een later verlaagd plafond, soms met een gevoelvolle deur er doorheen geslagen of weg getimmerd achter schotten helemaal niet meer zichtbaar, en een heel enkele keer nog functionerend zoals de bedoeling was. De rest is weg, meestal met gebouw en al. Is dat erg? Als je dat soort dingen niet erg vindt, nee. Nederland is rijk en lui - nieuwbouw is goedkoper - en dus toenemend vergeetachtig. Er kan ook een andere vraag worden gesteld: waarom maken we ons wél druk over het 'historisch interieur' van vóór 1950 en niet van daarna?

Weet u het? Ik eigenlijk niet. Met inventarisatie- en onderzoeksprojecten wordt er bij het Instituut Collectie Nederland geprobeerd daaraan wat te doen voor het echt te laat is. Mocht u geen beeld hebben bij wat ik bedoel: kijk eens in Monumentale Kunst uit de jaren vijftig van Tom Haartsen sr. (Nuth, 2002). Heel leerzaam om te zien hoe aardig en respectvol er soms met cultureel erfgoed wordt omgegaan wanneer niemand kijkt en niemand er meer iets van weet.

Frans van Burkom