Huis van Aartsbisschop, Utrecht
Huis van Aartsbisschop, Utrecht

Opinie

Visie of geen visie?

01-02-2009

Het bestuur van de stichting het nederlandse interieur reageerde onlangs op de nota 'Een lust, geen last. Visie op de modernisering van de monumentenzorg'. Minister Plasterk had namelijk in november 2008 aangekondigd met 'het veld' in gesprek te willen gaan over zijn visie op een gemoderniseerde monumentenzorg. Blijkens de recente door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uitgebrachte Visie wil de minister een omslag maken van een objectgerichte naar een gebiedsgerichte monumentenzorg. De gedachte is dat het te wijzigen stelsel op vier pijlers zal rusten: 1. Cultuurhistorie richtinggevend in ruimtelijke ordeningsprocedures, 2. Minder regeldruk, 3. Efficiënter beheer en financiering huidige rijksmonumenten, 4. Bevordering herbestemming en herontwikkeling.

De brief van de SHNI is een van de ruim zestig brieven die de minister als reactie uit het veld heeft ontvangen. Mede met behulp van deze input wil de minister zijn beleidsbrief over de modernisering van de monumentenzorg nog het voorjaar naar de Kamer sturen. De SHNI heeft een zevental aanbevelingen gedaan die hij hopelijk ter harte zal nemen. 

Omdat het rapport nogal onsamenhangend is en weinig diepgang vertoont hebben wij ons geconcentreerd op enkele zaken die wij vanuit interieurhistorisch perspectief hebben gemist en die wij daarom meer benadrukt zouden willen zien. Ik noem hier de belangrijkste aanbevelingen (onderaan dit artikel staat een volledige versie van de brief).

  • Zorg voor goede en eenduidige definities van begrippen zoals cultuurhistorie en cultuurhistorische waarden. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de verschillende manieren van kijken en waarderen van verschillende partijen. De door hen onderkende waarden zijn niet perse dezelfde; de waardestellende criteria niet congruent.
  • Zorg ervoor dat naast de ensemblegerichte aanpak een objectgerichte aanpak gehandhaafd blijft. De nadruk op de waarde van objecten in hun ruimtelijke context mag niet ten koste gaan van de individuele waarden van het object zelf. Expliciteer de blijvende zorg en aandacht voor het afzonderlijke object.
  • Zorg voor mogelijkheden om de enorme achterstanden in het opsporen, inventariseren en onderzoeken van interieurs op adequate wijze weg te werken.
  • De meerwaarde van een gebouw met de bijbehorende oorspronkelijke inrichting is groot, zoals onder meer terecht is geconstateerd in het rapport Van object naar samenhang (geschreven door medewerkers van DCE, Erfgoedinspectie, ICN en RDMZ op verzoek van hun gezamenlijke directeuren in 2004). Vooralsnog wordt de instandhouding van interieurensembles echter aan haar lot overgelaten en - zeker zo kwalijk - zelfs de kennis en de cultuurhistorische waarden die door het uiteenvallen van interieurensembles verloren gaan, worden op geen enkele wijze gedocumenteerd. Betrek dit karakteristieke en wezenlijke element van het Nederlandse erfgoed expliciet in het nieuwe stelsel.
  • Zorg ervoor dat bepaalde groepen interieurs als themaprogramma's worden behandeld.

Barbara Laan, voorzitter