

01-06-2002
Vanuit alle windstreken kwamen we naar het West-Brabantse dorp Oud-Gastel waar we in het plaatselijke café 't Hart van Gastel werden verwelkomd door Frederik Franken. Reden hiervoor was niet alleen een bezoek aan het Mastboomhuis aldaar, maar vooral omdat dit huis op deze studiedag van de Stichting uitvoerig zou worden besproken en gespiegeld aan enkele andere vergelijkbare, voor het publiek opengestelde huizen uit dezelfde tijd.
Het in eclectische stijl uitgevoerde huis werd in opdracht van de brouwer Petrus Mastboom gebouwd in 1874. Via zijn zoon Antonius kwam het gehele bezit in handen van Henri Mastboom. Na diens overlijden in 1999 werd het bij testament vrijwel in zijn geheel nagelaten aan de door hem opgerichte De Mastboom-Brosens Stichting die als doel heeft om het huis, inclusief boedel, voor de toekomst te bewaren. Dit huis geeft een uniek beeld van de woon- en leefomstandigheden van een gegoede familie in een West-Brabants dorp uit de eerste decennia van de 20e eeuw. Immers de oorspronkelijke indeling, afwerking en complete inrichting zijn compleet behouden.
Charles de Mooij en Arnoud-Jan Bijsterveld, beiden bestuurslid van De Mastboom-Brosens Stichting, schetsten een beeld van de geschiedenis van Oud-Gastel in het algemeen en van de familie Mastboom en het Mastboomhuis in het bijzonder en hoe je met een dergelijk uniek ensemble om zou kunnen gaan. De familie was twee eeuwen lang zeer invloedrijk in dit dorp. Zij speelden een belangrijke rol als bierbrouwers en grootgrondbezitters van deze streek. Daarnaast leverden ze een aantal burgermeesters voor Oud-Gastel. De familie Mastboom was streng katholiek, zéér standsbewust en uiterst traditioneel. De laatste bewoner, Henri Mastboom, deed hierin niet onder. Hij leefde nog geheel in de geest van zijn ouders en grootouders. Met stijgende verbazing zagen we op een video van het interieur de grote hoeveelheid objecten die aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw in het huis zijn ondergebracht, waaraan sindsdien slechts weinig is veranderd. Dit unieke ensemble vormt de grote uitdaging voor het stichtingsbestuur. Hoe moet hiermee worden omgegaan: is het te behouden, en op welke wijze kan het aan het publiek worden getoond?
Op dit moment is de firma Helicon bezig de inboedel te conserveren. De directeur van dit bedrijf, de heer J. van den Burg, maakte duidelijk welke systematiek wordt gehanteerd om elk object te lokaliseren, te registeren en te verplaatsen, om vervolgens tot eventuele conservatie en of restauratie over te gaan. Eloy Koldeweij vertelde iets over de Britse situatie waar de National Trust en English Heritage een belangrijke rol spelen bij het behoud en beheer van het culturele erfgoed en hij legde uit hoe men met deze 'huis-musea' kan omgaan.
's Middags werd er door Chris de Bruijn, Eloy Koldeweij en Ronald Trum aan de hand van vergelijkbare musea in Nederland, respectievelijk Museum Mr. Simon van Gijn te Dordrecht, Museum Jacob Catsstraat te Rotterdam en Kasteel de Haar te Haarzuilens uitvoerig stilgestaan bij de problematiek die inherent is aan een dergelijk museum. Naast behoud en beheer kwamen onderwerpen als bezoekersaantallen, bezoekersstromen etc. aan bod. In het geval van Museum Mr. Simon van Gijn, dat recentelijk is gerestaureerd, is als uitgangspunt gehanteerd hoe Van Gijn het pand in Dordrecht tot 1922 bewoonde. Men heeft dan ook geprobeerd om het in zijn originele staat terug te brengen. Kasteel De Haar zal in de nabije toekomst worden gerestaureerd. Bij dit museum speelt bovendien mee dat het kasteel traditiegetrouw in de maanden augustus en september door de familie van Zuylen van Nijevelt als residentie wordt gebruikt. Echter, om het geheel rendabel te houden is een verhoging van het aantal bezoekers dringend noodzakelijk. Bij de museumwoning Jacob Catsstraat tenslotte is het vooral de beperkte omvang en slechte toegankelijkheid van de bovenwoning die noopt tot voorzichtigheid bij de exploitatie van dit museum. Hoe zou het Mastboomhuis in de toekomst met bezoekers om kunnen gaan? Teveel bezoekers kan haaks staan op het doel om het ensemble te behouden voor verval. Maar tegelijkertijd heeft Henri Mastboom in zijn testament gestipuleerd dat zoveel mogelijk mensen kennis moeten kunnen nemen van dit erfgoed. Kortom; zijn er nog andere mogelijkheden om het publiek te bereiken? Tijdens de discussie kwamen zelfs vragen naar voren over de typische, eigen geuren van een huis. In hoeverre tast je de authenticiteit aan van het ensemble door objecten niet meer of zelden te laten zien en ruiken? Vragen die ieder van ons, en zeker de heren De Mooij en Bijsterveld, stof tot nadenken hebben gegeven.
Thijs Boers