

01-04-2002
De stichting Manifestatie Historisch Interieur die in het jaar 2001 het historische interieur onder de aandacht bracht, was een organisatie van twee rijksinstellingen: het Instituut Collectie Nederland en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. De financiering kwam grotendeels tot stand door een projectsubsidie van OC&W. De Manifestatie zelf viel uit een in vijf onderdelen of producten, zoals een site, een lijst met de 100 mooiste en gaafst bewaard gebleven interieurs, een boek over die panden, een driedaags, internationaal symposium en een zesdelige tv-serie. Maar het enorme succes van de Manifestatie is af te meten aan een lange lijst van publicaties, tentoonstellingen, acties in monumentenland et cetera van derden. Een complete lijst is binnenkort te vinden op www.shni.nl.
De Manifestatie wilde een verantwoord beheer en behoud van historische interieurs stimuleren, wat een zeer ambitieus streven is. Het suggereert en wekt de verwachting dat de rijksoverheid die achter het initiatief zit, een gerichte sturing wil bereiken waar het gaat om onderhoud, reparatie, restauratie, renovatie en het voorkomen van sloop van waardevolle historische interieurs. Dat uiteindelijk een afgewogen onderscheid tussen interieurs van nationaal, lokaal en minder belang gemaakt zal moeten worden spreekt eigenlijk voor zich. De huidige driedeling is in beginsel wel zinvol voor de buitenkant van de gebouwen, maar niet persé dezelfde als voor de binnenkant, omdat de relatie tussen de architectuur- of cultuurhistorische kwaliteit van exterieur en interieur zeker niet altijd parallel loopt. Er zijn talloze bijzondere interieurs waarvan de gevels volstrekt oninteressant zijn. Hier valt dus nogal wat achterstallig inventarisatie- en waarderingswerk te doen voor de Nederlandse monumentenzorg.
Bij een evaluatie van deze Manifestatie valt een aantal zaken direct in het oog. In de eerste plaats beperkte de Manifestatie zich tot het woonhuisinterieur. Daarmee maakte het projectteam van de stichting het zich (betrekkelijk) gemakkelijk, want het interieur van het eigen huis staat het dichtst bij de mensen en leent zich daarom ongetwijfeld het beste om aandacht voor het thema te vragen. De keuze zal een praktische en geen principiële achtergrond hebben, want een verantwoord beheer en behoud is uiteraard evengoed gewenst bij kerken, stations, kantoorgebouwen, fabrieken enzovoorts. Waarschijnlijk hoopte het projectteam dat de stimulerende rol van de Manifestatie zich niet tot het woonhuisinterieur zou beperken, maar dat zij een uitstraling zou hebben over de gehele linie. Een blik op initiatieven van derden leert dat dit in de praktijk inderdaad het geval was. In de tweede plaats zijn er slechts twee doelgroepen onderscheiden.
In de statuten wordt bij drie van de vijf middelen om het doel te bereiken, gesproken over het grote publiek. De tv-serie was daartoe wel het meest geëigende middel. Het aardige van de serie was dat ze een feilloos inzicht bood in de onvoorstelbare hoeveelheid tijd, geld, liefde en toewijding die er in een verantwoord beheer en behoud van interieurs gaat zitten. Een ander deel van de activiteiten was gericht op een vakmatig betrokken publiek. Het vaksymposium was bedoeld voor kunst- en architectuurhistorici, restauratoren en (restauratie) architecten, medewerkers van musea en monumentenzorg die vakmatig met beheer en behoud van interieurs te maken hebben. Een andere belangrijke, zo niet de belangrijkste doelgroep, had kunnen zijn: de eigenaren en beheerders van historische interieurs. Bij hen ligt immers het initiatief voor een verantwoord beheer en behoud. Zij zijn het die gebouwen met historische interieurs gebruiken, verbouwen, onderhouden, restaureren en slopen. Maar het is begrijpelijk dat een dergelijke doelgroep zich moeilijk gericht laat aanspreken nu het ons nog ontbreekt aan een goed inzicht in het complete bestand aan bijzondere interieurs.
Wel werd een deel van de eigenaren en beheerders uitgenodigd voor het vaksymposium, namelijk de mensen waarvan het woonhuis onderwerp was in de tv-serie of in de top 100-lijst. Van deze eigenaren en beheerders bleek overigens dat ze doorgaans heel goed voor hun interieurs zorgen. Ook bleek dat zij daarbij wel wat meer steun van de overheid zouden kunnen gebruiken dan tot nu toe het geval was.
Er zijn vooral tijdens het symposium en in de na afloop verschenen congreskrant verschillende inzichten naar voren gebracht die essentieel zijn voor een beter begrip van de complexe problematiek die schuil gaat achter de ogenschijnlijk eenvoudige doelstelling van de Manifestatie.Voor het stimuleren van behoud en instandhouding is veel meer nodig dan een manifestatie gedurende een jaar kan bewerkstelligen. Daarom is het vragen van aandacht voor het behoud van historische interieurs op de politieke en beleidsagenda zo belangrijk. De woorden van Jeltje van Nieuwenhoven over haar betrokkenheid bij de problematiek ter gelegenheid van de presentatie van het boek over de top 100 interieurs in paleis 't Loo in Apeldoorn, waren bemoedigend. Het initiatief van Rick van der Ploeg om de 'ensemble-problematiek' te laten bestuderen stemt hoopvol en veronderstelt politieke vervolgacties. Hopelijk kan het projectteam van de Stichting de complexe problematiek werkelijk op de politieke en beleidsagenda krijgen door te zorgen voor continuïteit van de inspanningen ten gunste van het historische interieur. Het is daarbij van belang dat deze 10 aanbevelingen aan het Rijk worden meegenomen.
Barbara Laan