

01-04-2010
Lees de recensie in 'Het Parool' van 6 april 2010.
Download 'Lokalen van Amsterdam', een overzicht van historische Amsterdamse café's
‘De leefbaarheid van een samenleving is afleesbaar in de kwaliteit van haar kroegen’, besloot socioloog prof.dr. G.H. Jansen in 1976 zijn proefschrift dat hij schreef als reactie op de opgelegde inrichtingseisen eind jaren ’60 waardoor vele karakteristieke kroegen hun deuren moesten sluiten of onderwerpen aan een rigoureuze verbouwing. Het typische van de Hollandse bruine kroeg kwam hierdoor in gevaar.
De bruine kroeg is een typisch Nederlands verschijnsel. Maar wat is nu precies dat typische en kun je spreken over cultureel erfgoed? Voor SHNI-bestuurslid Gusta Reichwein, hoofd Collectie van het Amsterdams Historisch Museum is dat geen vraag. Niet zo verwonderlijk, want het AHM heeft in haar collectie een café-interieur opgenomen. Het leek de Stichting daarom aardig ter gelegenheid van Reichweins afscheid als bestuurslid dit speelse onderwerp eens nader te bestuderen.
Op 1 april kwamen ruim 60 belangstellenden – waarvan wel 80% geen SHNI-begunstiger was – bijeen in de filmzaal van het AHM voor een studiemiddag waarin het Amsterdamse café centraal stond. Omdat niet alleen het interieur bepalend is voor de sfeer die men in een typisch café kan aantreffen, maar het menselijke aspect - het samenkomen voor ontmoeting, een gesprek en natuurlijk een drankje – haast even belangrijk is, werd gezocht naar sprekers die ook de sociale kant van het café zouden kunnen toelichten.
Gusta Reichwein leidde de middag in met de vraag naar de mogelijke culturele erfgoedwaarde van het historische café. Een eensluidend antwoord daarop te vinden, is niet eenvoudig. Het Instituut Collectie Nederland (ICN) probeert tot min of meer objectieve criteria te komen. Er is inmiddels zelfs een conceptrichtlijn voor de culturele waardering van interieurs. Daar staan interessante gedachten in over de relatie van het interieur tot zijn omgeving, de samenhang in het interieur, de historische waarde, de artistieke waarde en dergelijke? Om dit te illustreren gaf Olga van der Kooi, enige tijd stagiaire bij het AHM, een beschrijving en waardestelling van het café van André Lacroix aan de Overtoom. Een café dat door eigenaar, interieur en clientèle een ensemble vormt dat in de diverse componenten duidelijk niet los van elkaar gezien kan worden. De vraag is dan ook of zo’n café als monument wel kan worden bewaard, ‘gemusealiseerd’ kan worden? Zonder drinkende mensen zou het wel eens een zielloze vertoning kunnen worden. Hoe je dat eventueel kan ondervangen, laat het AHM zien met het café-interieur van Het Mandje, het roemrijke café van Betje Beeren op de Zeedijk, Conservator Annemarie de Wildt maakte een replica van een klein gedeelte van de zaak, deels met oorspronkelijke objecten, deels met nagemaakte. Maar het prachtige video-interview met Greet van Beeren de zus van Betje dat er wordt getoond geeft veel informatie en brengt de juiste sfeer. Dat geeft authenticiteit. Hier kon Prof. Dr. G.Jansen weinig aan toevoegen en hij beperkte zich tot een anekdotische voordracht met een persoonlijke getuigenis van voorvallen die met name in de Utrechtse cafés plaatsvonden.
Ter afsluiting werd de aanwezigen een route aangeboden langs enkele van de meest bijzondere cafés om zodoende op eigen gelegenheid en tempo zelf een oordeel te kunnen geven over de bijzondere waarde van het café interieur. Hiervoor had bestuurslid en medeorganisator van de middag, André Hoek, een prachtige collectie van 31 Amsterdamse ‘dranklokalen’ samengesteld, met uitvoerige en interessante beschrijvingen. Sommige daarvan zijn uiterst klein en ‘ intiem’ en het is daarom aan te raden het café niet met een grote groep te bezoeken. De sfeer komt alleen over met hoogstens 3 personen.
Zo verspreidde het gezelschap zich over de stad om zich over te geven aan de goede geneugten!
Café/slijterij Oosterling in de Utrechtsestraat.is de eerste op de lijst. Zijn historie en interieur maken het tot een van de meest bijzondere lokalen van Amsterdam. Het pand is van rond 1735, toen de VOC er koffie, thee en specerijen uit het Verre Oosten verkocht. Uit die tijd stamt ook de lage toonbank die nog steeds in gebruik is. Zijn huidige cafébestemming kreeg het pand in 1820. Het is sinds 1877 in handen van de familie Oosterling, die het kocht als filiaal voor haar distilleerderij. Het interieur met onder meer authentieke fusten, die ooit dienden voor de opslag van dranken, schept een sfeer alsof de tijd er al meer dan een eeuw stilstaat. Het café is tevens slijterij, een combinatie die tegenwoordig niet vaak meer voorkomt in onze hoofdstad.