Honig Breethuis, Zaandijk
Honig Breethuis, Zaandijk

Verslagen

Historische interieurs in musea

01-07-2008

Harrenstein kamer, architect Piet Kramer
Harrenstein kamer, architect Piet Kramer

Enkele vragen van het Amsterdams Historisch Museum (AHM) over de waarde, beheer en het gebruik van haar interieurs waren voor het Instituut Collectie Nederland (ICN) de directe aanleiding voor de op 22 mei 2008 gehouden themadag 'Historische interieurs in musea'. Hiermee heeft het ICN een vervolg gegeven op de Manifestatie Historische Interieur 2001 en het rapport 'Van object naar samenhang' uit 2004, twee belangrijke projecten die zij samen met onder meer de Rijksdienst voor de Monumentenzorg heeft uitgevoerd. 

De vier inleidende sprekers belichtten achtereenvolgens het dagthema vanuit verschillende optieken. Reinier Baarsen (Rijksmuseum) liet enkele opengestelde en niet opengestelde kastelen en stadshuizen de revue passeren, elk met hun eigen filosofie en benadering van inrichting, restauratie en reconstructie. Tevens benadrukte hij het belang van op deze materie toegespitste kennis en kennisuitwisseling van restauratoren en conservatoren. 

Elsje Janssen (Stad Antwerpen) ging in op een vijftal bijzondere, doch sterk afwijkende opengestelde historische huizen in Antwerpen. Hierbij kwamen enkele opmerkelijke ingrepen om de bezoekers te kunnen faciliteren aan de orde. Opmerkelijk was onder meer dat in Museum Het Vleeshuis de museaal opgestelde vaste interieuronderdelen onder de bescherming van de Monumentenwet zijn gebracht. Stephen Hartog (ICN) bracht het onderwerp waarderingscriteria van historische interieurs aan en gaf een overzicht van uiteenlopende waarden, beschikbare criteria en enkele mogelijke 'wegingsmodules'. Duidelijk werd dat dit minder eenvoudig is dan het in eerste opzicht wellicht lijkt, onder meer doordat interieurs om geheel andere redenen van belang kunnen zijn, vanuit verschillende perspectieven bekeken worden en het werkterrein van uiteenlopende disciplines betreft. Bovendien gaat het ook nog eens om de weging van enerzijds de architectuur, anderzijds de roerende objecten, c.q. hun onderlinge samenhang. Vervolgens was het aan Gusta Reichwein (AHM) om nader in te gaan op de opgeslagen stijlkamers in haar museum. Hierbij spitste zij zich al snel toe op de vroeg 20ste-eeuwse Harrenstein kamer, een bijzonder vertrek dat in de jaren twintig van de twintigste eeuw door architect Piet Kramer is ontworpen en na ontmanteling in 1973 is gemusealiseerd. De resultaten van het vooronderzoek naar deze kamer, de inrichting en de bewoningsgeschiedenis waren verrassend. Met deze veelbelovende casestudy en multidisciplinaire benadering is bewezen dat een zorgvuldige analyse van een gedetailleerd onderzoek naar dergelijke interieurs en interieurelementen bijzonder veel gegevens kan opleveren. Interieurs blijken daadwerkelijk een veelzijdig en boeiend verhaal met zich mee te dragen.

In de middag waren er vier parallelle workshops gewijd aan inventarisatie, waardering, de dilemma's tussen het statische interieur en de wens naar dynamiek, en de methodieken voor opbouw van een museaal interieur en de restauratiepraktijk. Uit de hierop volgende centrale terugkoppeling werd duidelijk dat onderwerp inderdaad vele gezichtpunten heeft, naast het (kunst-)historisch belang spelen bijvoorbeeld sociaalhistorische elementen eveneens een rol. Hoewel diverse musea steeds minder aandacht aan hun interieurs lijken te besteden, en zelfs volop tot ontmanteling zijn overgegaan, is er aan de andere zijde duidelijk sprake van een toenemende aandacht voor dit thema. Een van de belangrijke verdiensten van deze dag is wellicht dat - naast de vele gesprekken in de wandelgangen - bij de vele specialisten zowel een grote belangstelling voor dit onderwerp te bespeuren was, maar ook een overtuiging dat de educatieve potenties van het museale interieur nog zeker niet ten volle worden benut.