Kasteel Middachten, De Steeg
Kasteel Middachten, De Steeg

Stuc. Kunst en Techniek

E. Koldeweij e.a. (red.)

Amersfoort/Zwolle, Waanders Uitgevers 2010,

paperback, 536 pp, rijk geïllustreerd, € 34,95

ISBN: 9789040086502

 

Het jaarlijkse symposium van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed stond dit jaar in het teken van stucwerk en had wat mij betreft de X-factor. De X mag staan voor de eXtra belangstelling voor het onderwerp: er hebben maar liefst 475 mensen meegeluisterd in het Tropeninstituut in Amsterdam op 21 april! De grote zaal zat bomvol en de organisatie heeft iedereen ter wille willen zijn via de schermen op de eerste verdieping. Een elegante oplossing die ons bekend is van voetbalwedstrijden, maar die in de erfgoedsector minder gewoon is en dus wel moet duiden op een succesverhaal over de hele linie: timing, organisatie, programma-aanbod.

De X staat ook voor een succesvol boek dat ter gelegenheid van dit symposium verscheen: XXL qua formaat, formidabel wat betreft de kwaliteit en omvang van het beeldmateriaal en de veelzijdigheid van de bijdragen van de auteurs.

Een hoogtepunt in de pauzes vormde overigens de afgietsels gemaakt in de mallen van stucornamenten, maar dan afgegoten in smakelijke eXtra-pure chocolade.

Het symposium telde juist genoeg sprekers om in een mooie vogelvlucht inzicht te geven in de reikwijdte van het onderwerp wat betreft tijdspanne, stijlen, technieken, materialen en restauratieproblematiek. Zoals het een ‘instandhoudingssymposium’ betaamd, was er veel aandacht voor de vraag ‘hoe het wordt gemaakt’. De ontwikkeling van leem- kalk- en gipspleisters, dragers van tengels, riet en rinkellatjes, bind- en vulmiddelen, vertin- raap en stuclagen, gladde lijsten getrokken in het werk of op de werkbank, geornamenteerde lijsten afgegoten in mallen of ornamenten en figuraties ter plaatse met de hand gevormd: het is allemaal de revue gepasseerd. Belangrijke les: zorg stelselmatig voor een analyse van materiaal en techniek want er ontstaan onherroepelijk problemen als je een kalkpleister gaat restaureren met gips!

Het boek is een bloemlezing van 23 bijdragen, doorspekt met prachtige foto-essays die een adembenemend beeld geven van de rijkdom van het stucwerk in Nederland. Door de licht beige achtergrond en de kwaliteit van het beeld is het onderwerp ook werkelijk ‘zichtbaar’ geworden. Dat is een prestatie, want iedereen die wel eens een stucplafond heeft gefotografeerd weet hoe ‘nietsig’ het resultaat kan zijn. Onthullend zijn de schadebeelden van diverse stucafwerkingen. Een gapend gat in een plafond met afgebroken latten, stukken riet en brokken stuc en een doorzicht dwars door de vloer naar het vertrek erboven schokt elke beschouwer. Ontroerend zijn de schades die de ware aard van een constructie onthullen: een klassieke gepleisterde zuil van baksteen. Werkelijk onthutsend is het beeld van een stucplafond dat in stukken en gruis op de vloer ligt, letterlijk te pletter gevallen. Je weet: dit komt nooit meer goed.

Het in beeld brengen van de kwetsbaarheid van gepleisterde afwerkingen maakt zelfs voor mensen die geen liefhebber zijn van ‘stijlplafonnetjes’ duidelijk hoezeer er vakmanschap en gevoel voor schoonheid nodig zijn om zo’n complexe afwerking tot stand te brengen en misschien nog belangrijker: hoe doelmatig zo’n plafond eigenlijk is (geen zand en vuil op je hoofd door de kieren van de plankenvloer). Je hoeft ook geen partij te kiezen voor volumineus en flamboyant of juist voor elegant en ragfijn om van stucwerk te kunnen houden. Kenner en specialist Wijnand Freling heeft de essentie treffend geformuleerd in de titel van zijn bijdrage: Stucwerk? Zo gewoon én zo fantastisch!

 

Barbara Laan, interieurhistoricus