

Stichting Ebenist, Amsterdam 2010, € 25 www.ebenist.org
Naar aanleiding van de studiemiddag ‘18de-eeuws neoclassicisme in Nederland, meubel en interieur à l‘antique’ van de Stichting Ebenist en de SHNI is onlangs een congresbundel verschenen. In het eerste artikel in deze bundel geeft Eloy Koldeweij een overzicht van de achtergronden en ontwikkeling van de laat-18de-eeuwse interieurs in neoclassicistische stijl in Nederland en de voornaamste architecten van deze stijlperiode. Tevens besteedt hij aandacht aan veranderingen in gebruik van ruimten en de introductie van (technische) vernieuwingen in het interieur. Het laat-18de-eeuwse chinoiseriekabinet in het Johan de Withuis in Den Haag staat centraal in de artikelen van Henny Brouwer & Edwin Verheij en Maurice Steemers. In 2005 werd deze kamer beschadigd door brand. Dat vormde aanleiding voor een grondig onderzoek van materiaal en kleurafwerking. De onderzoeksresultaten gaven voldoende basis voor een reconstructie.
Twee artikelen zijn gewijd aan het Teylersmuseum in Haarlem, in 1780 gebouwd naar ontwerp van de architect Leendert Viervant. Hans van der Wiele gaat in op de restauratie van de Ovale Zaal. Het onderzoek voorafgaande aan de restauratie heeft inzicht gegeven in de bouw- en gebruiksgeschiedenis. Hieruit bleken constructie en interieur sterk verweven te zijn: muurwerk, balklagen, kap en kastenwanden vormen een samenhangende constructie.
Anne Marie ten Cate behandelt aan de hand van archiefgegevens een bijzonder onderdeel van de interieurafwerking, namelijk de blinds of ophaalgordijnen voor de boekenkasten. Onderzoek naar de oorspronkelijke interieurafwerking en inrichting van het paviljoen Welgelegen in Haarlem komt aan de orde in een artikel van Jacqueline Heijenbrock. Belangrijkste bronnen hierbij waren de bouwrekeningen, de boedelinventarissen vanaf 1809 en de aanwezige interieurs en meubilair.
Kleurafwerking in laat-18de-eeuwse interieurs is onderwerp van het artikel van Ruth Jongsma en Matthijs de Keijzer. Aan de hand van onderzoeken in zes ruimten worden de mogelijkheden en dilemma’s van behoud, conserveren, restaureren of reconstrueren aan de orde gesteld. Terecht stellen de auteurs dat verf (kleur) niet alleen zeer beeldbepalend is voor de architectuur, maar ook voor het karakter van de verschillende stijlperioden. Jaap Boonstra verhaalt over een interieur uit circa 1800, dat als stijlkamer in Amsterdams Historisch Museum terecht is gekomen. De wens om het interieur opnieuw tentoon te stellen vormde aanleiding voor onderzoek. Daarbij bleek dat het interieur grondig onderhanden is genomen omstreeks 1900: niet alleen zijn originele onderdelen vergroot, verhoogd of aangepast, maar ook zijn onder meer de raamwand, nieuwe lambriseringen en deuren toegevoegd. Ten behoeve van een nieuwe opstelling zou het eigenlijk gereconstrueerd moeten worden in de oorspronkelijke situatie. Anderzijds is het verbouwde interieur ook een kenmerkend voorbeeld van de inrichting van stijlkamers in de periode rond 1900.
Kortom, deze bundel geeft in relatief kort bestek informatie over vele aspecten van interieurs uit de late 18de eeuw, niet alleen over stilistische aspecten maar ook over onderzoek en restauratiedilemma’s.
Jan van der Hoeve