De Zeeuwsche Knoop, Apeldoorn
De Zeeuwsche Knoop, Apeldoorn

Lopend onderzoek

Behangers

01-07-2008

Met 'behangers' werden vanaf de 17de eeuw die ambachtslieden aangeduid, die wandtapijten of andere bespanningen aanbrachten. Van deze heterogene groep zijn de goudleermakers en de behangselschilders al onderwerp van onderzoek geweest. Maar ook wat wij nu stoffeerders zouden noemen behoorden tot diegenen die zich toelegden op bedbehangsels, stoelbekleding, raambespanningen en zelfs de levering van gehele ameublementen. Bij een eerder onderzoek naar de 'kamerbehanger' Joseph Cuel (1763-1846), bekend door onder meer zijn leveringen voor Huis Barnaart en de paleizen van Lodewijk Napoleon, bleek Aagje Goslinga dat er weinig onderzoek gedaan is naar juist deze bijzondere beroepsgroep. Doel is deze lacune aan te vullen. Het onderzoek zal de periode 1625-1810 omspannen en richt zich, gezien het bewaard gebleven bronnenmateriaal, in de eerste plaats op de toplaag van de behangers. De opdrachten voor het stadhouderlijk hof vormen hierbij de rode draad, waartegen opdrachten voor particulieren worden afgezet. De ontwikkelingen binnen dit beroep en het proces rondom een opdracht vormen de hoofdvragen. Wat was de rol van de behanger bij de totstandkoming van een interieur, ten opzichte van architect en andere leveranciers? Verder worden de maatschappelijke positie, het gilde, en de veranderende modes en technieken onder de loep genomen. Dit onderzoek sluit aan bij een internationale tendens om ook deze groep ambachtslieden te onderzoeken. In Frankrijk bereidt de kunsthistoricus en restaurator Xavier Bonnet onderzoek naar de Parijse marchands-tapissiers en bereidt een proefschrift voor over de maître-tapissier Claude-François Capin (actief 1763-1792). Eerder in 1996 publiceerde Carolyn Sargentson haar boek Merchants and Luxury Markets: The Marchands Merciers of Eighteenth-Century Paris (London: Victoria & Albert Museum, 1996).

Inlichtingen: Aagje Gosliga, angosliga@yahoo.com; Xavier Bonnet, atelier.st.louis@tiscali.fr