

01-10-2009
Groot is de impact geweest van de eind 18de-eeuwse patriottistische beweging. Had de patriot Joan van der Capellen tot den Pol (1741-1784), die in 1778 uit de Overijssels Staten werd gezet wegens zijn revolutionaire gedachten, dit kunnen voorzien? Zijn pamflet 'Aan het volk van Nederland' dat in de nacht van 25 op 26 september 1781 in alle grote steden van de Republiek werd verspreid, was de klaroenstoot voor de patriottenbeweging: ontevreden burgers en regenten gingen zich verbinden om politieke hervormingen en meer burgerinvloed te verkrijgen. Twente was een patriottisch bolwerk met Joan van der Capellen als grote voorman.
Op enkele tientallen kilometers afstand van Van der Capellen woonde een ander overtuigd patriot van het eerste uur: de doopsgezinde textielfabrikant Egbert Hofkes (1738-1822). Hofkes heeft - voor zover bekend - geen hoofdrol in de patriottistische beweging gespeeld, maar uit zijn interieur valt af te leiden dat hij een opmerkelijke persoon moet zijn geweest. In zijn huis te Almelo heeft hij verschillende toonaangevende patriotten op bezoek gehad, waaronder de Franse generaal Jean Victor Moreau. Egbert Hofkes had dit huis - het huidige pand Grotestraat 62 - in 1775 verworven, en liet het direct grondig moderniseren en decoreren. Dit was, zoals destijds gebruikelijk, ook bij hem een meerjarenproject. Het belangrijkste vertrek was de achterkamer op de eerste verdieping. Deze kamer, ook wel de grote achterzaal genoemd, heeft op drie van de vier wanden een groot geschilderd linnenbehangsel van in totaal bijna twintig meter lengte. Dit behangsel is een zogeheten grisaille, een reliëfachtige schildering in grijze, witte en zwarte tinten. De voorstelling is omkaderd door een geschilderde trompe-l'oeil profiellijst met langs de bovenrand een gedrapeerde bloemguirlande met in het midden een neoclassicistische vaas. Rondom de voorstelling is een brede, rood-bruine imitatie-marmering geschilderd. Waarschijnlijk had de lambrisering eenzelfde marmering waardoor deze 'naadloos' aansloot op het geschilderde behangsel.
Het behangsel toont de triomftocht van de Romeinse generaal Quintus Fabius Maximus (ca 275-203 v.Chr.), bijgenaamd Cunctator (de twijfelaar). Op ieder wandvlak is een gedeelte van deze Romeinse triomftocht te zien: ruiters te paard met lansen, krijgslieden met vaandels en standaarden, muzikanten, de triomferende veldheer in zijn quadriga (vierspan), honden, slaven, de buit van de veldtocht en diverse offerdieren. De stoet leidt naar de ommuurde stad Rome die op de behangselschildering links naast de schouw is afgebeeld: daar staan voor een van de stadspoorten vrouwen, moeders en kinderen op de triomferende stoet te wachten. Ook is hier de personificatie van de Tiber afgebeeld met de hoorn des overvloeds en de zogende wolvin, het symbool van de stad Rome. Boven de stadspoort hangen twee vaandels met het opschrift SPQR (Senatus PopulusQue Romanus). Het bovendeurstuk toont het portret van de Romeinse generaal en profil, geflankeerd door adelaars en putti met lauweromwonden roedenbundels met bijl, pijlenbundel ('fasces'), Mercuriusstaf, vruchten en gewassen. Op het geschilderde wandvlak op de linkerwand, rechtsonder dichtbij de vensterwand, heeft de schilder zijn signatuur en datering achtergelaten: AND. WARMOES PINXIT Ao 1778. Van deze schilder Andries Warmoes, van wie slechts weinig werk is overgeleverd, is bekend dat hij in de jaren 1757-1789 werkzaam was in onder meer Noord-Holland, Texel en in Almelo.
De thematiek van de stucwerkornamenten is direct aan de wandschilderingen gerelateerd. Het middenornament op het plafond toont, zeer uniek, vier Romeinse portretten en profil. De schoorsteenboezem toont een grote wapentrofee met vaandels en muziekinstrumenten. Op deze vaandels staan de letters SPQT, een variant van de letters SPQR op de Romeinse vaandels. Dit is buitengewoon opmerkelijk want hiermee verwees Hofkes naar zijn ideaal: 'Senatus PopulusQue Tubantius', ofwel 'De senaat en het volk van Twente'.
Met deze zinsnede en het kamerbehangsel heeft de patriot Hofkes dus al in 1778 zijn politieke idealen tot uitdrukking gebracht. Hiermee nam hij stelling tegen zijn achterbuurvrouw, gravin Van Rechteren, op wiens kasteel hij via de drie ramen in deze kamer rechtstreeks zicht had. Gravin Sophia Carolina Florentina van Rechteren (1725-1805) was de laatste bestuurster van de heerlijkheid Almelo die zowel het bestuur als de rechtspraak in sterke mate beheerste, maar in de Franse tijd heeft zij deze privileges moeten inleveren.
De achterkamer van het Hofkeshuis is vanuit diverse opzichten een uniek document: niet alleen is het een vroege uiting van het Nederlandse patriottisme, maar het is gelijktijdig ook het enige vertrek in ons land dat de idealen van de patriottenbeweging in haar decoratieprogramma zo duidelijk tot uiting brengt. Daarmee is deze kamer, een onderdeel van een belangwekkend monument in privé-bezit, een belangrijke uiting van de Nederlandse identiteit en behoort feitelijk tot de canon van ons nationale culturele erfgoed. Ook de aard en de uitvoering van de behangselschildering is zeer uitzonderlijk. Helaas is de technische toestand van deze schilderingen echter slecht en loopt deze zichtbaar achteruit. Al enkele decennia is daarover grote bezorgdheid in Almelo en daarbuiten, maar vooralsnog is de restauratie van dit uitzonderlijke erfgoed nog niet in beeld.
Eloy Koldeweij