Endymion, Bloemendaal
Endymion, Bloemendaal

Locatie onder de loep

Modern en klassiek verenigd in een villa

Villa Jongerius (1937/38), Kanaalweg 34-35, Utrecht

01-10-2008

Villa Jongerius
Villa Jongerius

In 1938 verrees aan het Merwedekanaal in Utrecht een opmerkelijk complex van een villa met kantoor. Opdrachtgever was Jan Jongerius (1888-1941) die in twee decennia was uitgegroeid van eenvoudige hovenier tot de grootste Forddealer van Nederland, fabrikant van autobussen en installateur van benzinepompen. De familie Jongerius woonde aanvankelijk in een eenvoudige hovenierswoning, zoals er vele in en rondom Utrecht stonden. In 1937 werd begonnen met de bouw van een nieuw hoofdkantoor en woonhuis. Een groter contrast met de bestaande hovenierswoning was niet denkbaar. Kantoor en woonhuis werden opgetrokken in een mengeling van het Nieuwe Bouwen en Art-Deco. De gebouwen werden opgenomen in een totaalontwerp met tuin met pergola, opritten voor de auto's, bruggen over de parallelvaart van het kanaal, tot en met verlichtingsarmaturen en hekwerken toe. Alles werd uitgevoerd in de kleuren wit en rood, zoals prachtig te zien is op een aantal unieke oude kleurenfilms. Aan dit opvallende ontwerp kwam geen architect te pas: Jan Jongerius had het zelf bedacht, wat onlangs nog eens bevestigd werd door een oud-medewerker, die vertelde hoe de ramen voor de villa in de eigen constructiewerkplaats werden vervaardigd.

Het kantoor is een goed voorbeeld van het Nieuwe Bouwen, met een eenvoudige, functionele opbouw, ooit bekroond met twee prachtige verlichtingsarmaturen. Het interieur van het kantoor wordt ook nu nog gedomineerd door een monumentale marmeren trap. Op de voorgevel was in sierbelettering Jongerius, Ford en V8 aangebracht, verwijzend naar de V8 motor die Ford in 1933 introduceerde. De ingang van het kantoor bestond uit glazen panelen waarachter verlichting was aangebracht en was in deze vorm identiek aan die van de villa. Kantoor en villa waren niet alleen met elkaar verbonden door middel van dezelfde architectonische elementen, ze waren ook letterlijk aan elkaar verknoopt via een pergola. Toch is de villa veel meer dan het kantoor een mix van stijlen. Het contrast tussen het moderne uiterlijk en het traditionele interieur is curieus te noemen. Aan de buitenzijde domineert de (te) grote betonnen overstek van het dak in combinatie met de rondlopende balkons. Bij binnenkomst valt op dat de hal met de monumentale marmeren trap (identiek aan die van het kantoor) bijzonder veel ruimte inneemt in vergelijking met de betrekkelijk bescheiden vertrekken die erom heen gegroepeerd zijn. Het trappenhuis wordt verlicht door een glas-in-loodraam, vervaardigd door Willem Mengelberg. Centraal is een levensgrote God de Vader afgebeeld met er omheen voorstellingen die verwijzen naar Jan Jongerius: zijn hoveniersverleden, zijn rooms-katholieke geloof, de bouw van de nieuwe villa en naar Utrecht. Deze persoonlijke noot was ook aanwezig in de huiskapel, eveneens ingericht door Mengelberg. De glas-in-loodramen daar zouden - aldus enkele nog levende getuigen - voorstellingen hebben bevat van Jan Jongerius, zijn echtgenote en hun tien kinderen. De ramen zijn verdwenen, maar er zijn wel twee beeldjes bewaard gebleven afkomstig uit de kapel. Zij verbeelden een witte pater en een priester: twee zonen van Jan Jongerius. De woonvertrekken zijn - ook nu nog - bekleed met een houten wandbetimmering met de daarin geïntegreerde zitbanken en kasten. Het contrast van de traditionele betimmering met het moderne uiterlijk van de villa is bij binnenkomst meteen opvallend. Uit foto's blijkt dat het gehele interieur ingericht was in een 'antieke' stijl. De meubelen waren in Queen Anne stijl en zowel bekleding van de meubels als een groot gordijn dat de woonkamer indeelde, was goudkleurig. Op de vloer van de woonkamer lag een op maat gemaakt Perzisch tapijt. Op één de foto's is een grote wandklok te zien, die gedateerd kan worden op circa 1740. Het contrast tussen modern en klassiek wordt nog sterker als men bedenkt dat het huis een modern stofzuigsysteem kreeg (geïntegreerd in de wanden) en in de keuken de allermodernste apparaten op huishoudelijk gebied, zoals een aardappelschilmachine. Alles wijst erop dat Jan Jongerius een moderne fabrikantenvilla wilde, maar dat het interieur werd afgestemd op de smaak en het gemak van mevrouw Jongerius-Kraay.

De villa, het kantoor en het terrein werden na het faillissement van het bedrijf in 1955 verkocht aan Defensie. Sinds kort is de villa echter eigendom van de kleinkinderen van Jan Jongerius, verenigd in de Stichting Vrienden van het Jongeriuscomplex. Het geheel is in zwaar verwaarloosde staat. Maar dankzij deelname aan het AVRO-programma Restauratie waar de Utrechtse villa een van de 16 monumenten is die meedingt naar een miljoen euro restauratiegeld gloort er hoop.

Bettina van Santen, projectleider

Meer informatie, ook over opendagen, is te vinden op www.jongeriuscomplex.nl