Honig Breethuis, Zaandijk
Honig Breethuis, Zaandijk

Locatie onder de loep

Doek valt voor eigentijdse klassieker?

Theatercafé Blincker, 1981 Sint Barberenstraat 7-9, Amsterdam

11-07-2011

Het was het voorjaar van 1981, en de ingrijpende restauratie en verbouwing van het voormalige Amsterdamse veilinggebouw Frascati tot multifunctioneel theatercomplex liep op zijn einde. Eén onderdeel van het masterplan was nog niet ingevuld: de inrichting van de theaterfoyer die, geheel in de tijdgeest, als theatercafé ook voor niet theaterbezoekers open moest staan. Maar zoals dat gaat met omvangrijke bouwprojecten; het budget voor het laatste onderdeel was al drie keer uitgegeven aan andere onoverkomelijke problemen tijdens de bouw, en de tijd drong.

De Architecten van de restauratie, Pieter Zaanen, Kees Spanjers en Peter Dautzenberg, wisten een oplossing voor dit nijpende geld- en tijdgebrek. Zij daagden alle bij de restauratie betrokken vaklieden uit nog één keer te vlammen en te laten zien waar zij werkelijk toe in staat zijn. En dus sneed de tegelzetter eindeloos tegeltjes in driehoekjes, goot de stukadoor afdrukken van originele maskers uit de depots van de Nederlandse Opera, soldeerde de loodgieter een zinken bar, laste de smid ijzeren barkrukken en creëerde de terrazzowerker een warme roos in de koude vloer. Met zeer beperkte middelen maar de volle inzet van alle vaklieden werd in de 6 weken voor de opening van het theater het interieur van het café gerealiseerd. De architecten ontwierpen, verwierpen en coördineerden de eruptie van vakmanschap en talent, en zo ontstond een unicum in de Nederlandse caféarchitectuur; een interieur met daglicht en planten als in de hangende tuinen van Babylon, met glimmende materialen en een overzichtelijke lay-out. Het was nog de tijd van bruine cafés, met zand op de vloer en veel donkere nissen, dus de kwaliteit van het interieur werd niet direct door eenieder herkend. Brouwer Freddy Heineken, die zelf poolshoogte kwam nemen van het nieuwe fenomeen, verklaarde:‘Het lijkt hier wel een slagerij!’.

Maar de argwaan duurde niet lang, en al snel sloten de Amsterdamse theaterwereld en kroegtijgers de Blincker in hun hart en sindsdien was het bijna 30 jaar lang niet meer weg te denken in de Amsterdamse horecacultuur.

Tot eind december vorig jaar duidelijk werd dat het niet goed ging met de Blincker. De directie van het theater zegde de huur op aan de exploitant die moeizaam maar met veel inzet het theatercafé runde en het interieur in oorspronkelijke staat koesterde. Naar verluidt zou een nieuwe exploitant met grote plannen klaarstaan, maar die trok zich op het laatste moment terug. Inmiddels wordt het café tijdelijk en alleen tijdens voorstellingen geëxploiteerd (een theater heeft nu eenmaal een foyer nodig, vindt kennelijk ook de theaterdirectie). Maar de ziel is er uit. De keuken is dicht, het trouwe publiek blijft weg en de theaterbezoekers verlaten na een snel drankje schielijk het etablissement. Hoe het verder moet is niet bekend. Dat is jammer. De Blincker was niet alleen een uniek interieur, maar ook de wegbereider en trendsetter voor een hele golf moderne café interieurs in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw. Wie kent ze nog: Oblomov, Winkel, Rum Runners, Walem, Luxembourg, de Jaren, en nog vele buiten Amsterdam? Het interieur heeft alles in zich om een eigentijdse klassieker te worden, zoals ook Hoppe het icoon is voor een hele generatie café interieurs.  Het zou jammer zijn als na bijna 30 jaar het doek moet vallen voor deze bijzondere plek in de stad.