Trippenhuis, Amsterdam
Trippenhuis, Amsterdam

Locatie onder de loep

Amsterdamse architectuur in Brabant

Burgemeesterswoning 1912/13, Hoogstraat 53, Werkendam

01-02-2009

Middenin een winkelstraat van het Brabantse Werkendam staat de voormalige burgemeesterswoning. Het huis is gebouwd in 1912-1913, in opdracht van en voor de toenmalige burgemeester Arie Sigmond. Nog geen decennium na de voltooiing, in 1923, vraagt Sigmond een vergunning aan voor een uitbouw met een tuinkamer. De architecten H.A.J. Baanders en J. Baanders uit Amsterdam maken hiervoor de ontwerptekening. Leuk detail: J. Baanders was bevriend met de befaamde architect Michel de Klerk. Mogelijkerwijs heeft De Klerk aan het ontwerp een bijdrage geleverd. De blauwdruk van deze aanbouw is in bezit van de huidige eigenaar. Aan de buitenzijde is het huis niet bijzonder opvallend, of het moest zijn vanwege het formaat ervan: ongeveer 2000 kubieke meter. De woning heeft een kelder met daarop drie bouwlagen waarboven gedeeltelijk twee zolders, bekroond door een zadeldak met wolfseinden en dakkapellen. Opvallend zijn de erkers, waarvan er één over twee bouwlagen is aangebracht. De westzijde van het pand grenst aan een woning die lange tijd als praktijkruimte dienst heeft gedaan. Wie binnentreedt door de hoofdingang, komt direct in de centrale hal met daaraan grenzend een open trappenhuis, vier kamers, de zijentree, het toilet, de keuken en een inbouwkast. De kelder bevat drie ruimten. Op de eerste etage zijn drie slaapkamers, een badkamer, een toilet en een inloopkast gesitueerd, op de tweede verdieping vier kamers en een inbouwkast. Daarboven bevindt zich aan de voor- en achterzijde de gedeeltelijke zolderverdieping. De publicatie van G.M. Couveé, De Familie Sigmond in Werkendam, (pp. 70-71) bevat een korte beschrijving van de vertrekken. Couveé refereert hierin ook aan een terugkerende kwestie tussen de burgemeester en zijn vrouw: "met het oog op het ook hier heerschende dienstbodevraagstuk, een bron van ergernis...".

De centrale hal, de tuinkamer en de achterkamer op de tweede verdieping verdienen het met name om beter te bekijken, ook al hebben de overige vertrekken verscheidene waardevolle authentieke details. In de centrale hal is het open trappenhuis een echte eyecatcher. De ruimte loopt door tot in een dakkapel op de tweede etage. De vloer is bekleed met wit-, rood-, zwartachtige keramische vloertegels in verschillende formaten en motieven. In de zuidelijke wand is een haard opgenomen en in de westelijke buitenmuur bevinden zich twee gebrandschilderde glas-in-loodpanelen met geometrische motieven. Het ondergedeelte van de wanden is bekleed met gele keramische baksteen en drie banden met wandtegels, het bovenste gedeelte is gepleisterd. 

In de westelijke wand van de tuinkamer die in 1923 door de architecten Baanders werd ontworpen, zitten inbouwkasten met zowel dichte deuren, als - middels een roedeverdeling - met glas gevulde deuren. De noordelijke wand bevat een schouw geflankeerd door twee gebrandschilderde glas-in-loodpanelen. De balklaag, opgebouwd uit enigszins bol geschaafde balken, wordt ondersteund door karakteristieke pilaren. Op de tweede etage bevindt zich de fraaie achterkamer. Bij binnenkomst springt de middels een erker uitgebouwde, fraaie raampartij met zicht op de achtertuin, direct in het oog. Hier zit een vensterbank in de ware zin des woord, met daarop een kussen. Een ander opvallend element in deze ruimte is de schouwpartij. Deze bestaat uit schoon metselwerk en wordt aan weerszijden geflankeerd door twee vaste gestoffeerde banken. Door het geringe formaat oogt deze kamer erg knus. Het 'cassetteplafond' bestaat uit gepleisterde middenvelden omringd door balken, die op hun beurt weer worden ondersteund door consoles. 

Bij de bouw van de woning zijn in het gehele pand centrale verwarming en verlichting aangebracht, hetgeen op dat moment vooruitstrevend was. Opmerkelijk is dat het zogenaamde open centrale verwarmingscircuit met authentieke radiatoren en bijbehorende kranen nog altijd in gebruik is. Ook zijn er nog enkele authentieke lichtschakelaars en wandcontactdozen. Bijzonder is het communicatiesysteem tussen de oostelijke zij-ingang en de hoofdslaapkamer. Hoewel dit ogenschijnlijk nog intact is, functioneert het op dit moment helaas niet.

Bij de RACM is de buitenzijde van het pand bekend, maar het karakteristieke interieur daarentegen niet. Reden daarvoor is waarschijnlijk - zoals ook elders het geval - dat de vorige bewoners geen interesse hadden in de status van rijksmonument en daarom de medewerkers van het zogeheten Monumenten Selectie Project (MSP) geen toegang hebben verleend. Gezien de kwaliteiten van het interieur met alle nog aanwezige aard- en nagelvaste elementen en technische installaties, het gave exterieur, en de som van beide, zou een plaats in het rijksmonumentenregister voor deze burgemeesterswoning gerechtvaardigd zijn.

Harrie Schuit interieurspecialist, Monumentenwacht Noord-Brabant