Huis van de Aartsbisschop, Utrecht
Huis van de Aartsbisschop, Utrecht

Gesignaleerd

Kunst Licht

16-06-2010

De visuele kwaliteit van interieurs zal de komende jaren collectief achteruitgaan. Althans voor een deel van de tijd, als we niet oppassen. Om te kunnen zien hebben we licht nodig, daglicht of kunstlicht. Licht maakt vormen en kleuren zichtbaar en heeft een grote invloed op de beleving van een ruimte. Daglicht is het probleem niet, de pijn ontstaat wanneer er onvoldoende daglicht is en dit aangevuld moet worden met kunstlicht. Afgelopen 120 jaar gebruiken we daarvoor vaak de gloeilamp, een lichtbron met lichttechnische eigenschappen die vergelijkbaar zijn met die van de zon. Een belangrijke eigenschap van licht is de kleurweergave. De zon en gloeilamp bieden ons een 100 % kleurweergave. Dat de eigenschappen van de gloeilamp dicht bij die van de zon liggen is niet verwonderlijk: een gloeilamp is als het ware een kleine zon. Beide zijn in feite een stuk koolstof dat verwarmd wordt en daardoor (natuurlijk) licht gaat uitstralen. Een minder goede eigenschap van de gloeilamp is het energieverbruik, ongeveer 90% van de energie die je er in stopt wordt omgezet in warmte: eigenlijk kan je stellen dat de gloeilamp eerder een warmtebron is waar ook licht uit komt. Deze ‘inefficiëntie’ en het overmatige energiegebruik zijn aanleiding geweest voor de Europese Unie om de gloeilamp te verbieden. Hoe om te gaan met dit gemis, speciaal in historische interieurs met authentieke op gloeilamp gerichte verlichting? Het klink gek, maar voor veel historische ruimtes betekent dat niet zo veel omdat de overstap naar energiezuinige verlichting al vrijwillig heeft plaatsgevonden, voornamelijk vanwege praktische redenen. Want een andere slechte eigenschap van de gloeilamp is namelijk zijn levensduur. Een gloeilamp gaat 1000 uur mee, een spaarlamp 12000 uur. Dat maakt het verschil tussen vier maal per jaar de ladder op of eens in de drie jaar.

Daarentegen: een spaarlamp biedt een beperkte kleurweergave. Het lichtspectrum vertoont grote pieken. Veel kleuren worden niet of beperkt weergegeven. Spaarlampen zijn zo ontworpen dat ze fysiek passen in gloeilamparmaturen, maar zullen door hun vorm en lichtkarakteristiek vaak niet voldoen. Het resultaat van de overstap van gloeilamp naar spaarlamp is dat we er zowel lichttechnisch als visueel op achteruit gaan. Vandaar dat er naar een alternatief is gezocht die lijkt te zijn gevonden in de Light Emitting Diode. LED lampen beleven een stormachtige ontwikkeling, op dit moment is er echter nog geen volwaardige LED variant voor de gloeilamp beschikbaar. Het is de vraag of de LED lamp met alle lichttechnische eigenschappen van een gloeilamp, als die al te maken is, zoveel zuiniger zal zijn dan de gloeilamp. De uitfasering van de gloeilamp is misschien een goede aanleiding eens kritisch (bewuster) te kijken naar de bestaande verlichting in onze historische interieurs. Wat is er in het verleden mogelijk fout gegaan en hoe kunnen we optimaal gebruik maken van nieuwe technieken?

 

Rob van Beek, architect Rijksgebouwendienst